Volgens Erkin Oncan is de NAVO van plan civiele gezondheidszorgsystemen in te zetten voor oorlogsdoeleinden en ziekenhuizen om te vormen tot militaire logistieke centra.
Het wereldwijde publiek kijkt uit naar de NAVO-top die op 7 en 8 juli in onze hoofdstad Ankara zal plaatsvinden.
Tijdens de top zullen imperialistische agressie tegen Iran en de laatste ontwikkelingen in de Russisch-Oekraïense oorlog waarschijnlijk de belangrijkste onderwerpen zijn. Maar het meest opvallende nieuws is de doelstelling van de lidstaten om 5 procent van hun bruto binnenlands product (bbp) aan defensie uit te geven.
Met uitzondering van Spanje hebben alle geallieerden beloofd de doelstelling van 5 procent van de defensie-uitgaven tegen 2035 te halen. We hebben eerder geschreven over de last die dit zou leggen op de nationale economieën van landen en de mogelijke gevolgen, met name bezuinigingen op sociale uitgaven. (Bron)
De NAVO voert echter, zoals verwacht, haar voorbereidingen voor de zogenaamde ‘grote oorlog’ – die inmiddels feitelijk een publiek geheim is – uit via een gelaagd programma. Het bondgenootschap bereidt zich voor op de historische top en de transformatie die in de zomer zal plaatsvinden door middel van vergaderingen van commissies en diverse subcommissies.
Onlangs werd in Noord-Macedonië een nieuwe mijlpaal in deze voorbereiding bereikt. Deze cruciale ontwikkeling, die weinig media-aandacht kreeg, is gericht op de voorbereiding van de gezondheidszorgsystemen van de lidstaten op de verwachte ‘grote oorlog’.
Wie heeft de bijeenkomst georganiseerd?
De bijeenkomst werd georganiseerd door het NAVO-comité van chefs van de militaire medische diensten (COMEDS).
De oorsprong ervan gaat terug tot EUROMED, dat in 1970 werd opgericht door de leiding van de medische diensten van EUROGROUP, dat zelf in 1968 werd opgericht met als doel de logistieke coördinatie tussen de Europese NAVO-lidstaten.
In de jaren negentig werden alle activiteiten van de EUROGROUP, met uitzondering van EUROMED, overgedragen aan de West-Europese Unie (WEU) – die in 2011 zou worden ontbonden – terwijl EUROMED zich bij de NAVO aansloot. EUROMED werd vervolgens in de periode 1993-1994 geïnstitutionaliseerd door het Militair Comité van de NAVO en omgevormd tot de huidige COMEDS-structuur.
Sindsdien houdt deze structuur zich bezig met het organiseren van gezondheidszorg voor militairen, evenals met medische evacuatie en aanverwante gebieden. Maar deze structuur is ook belast met activiteiten op civiel gebied, niet alleen op militair gebied. Epidemieën in lidstaten, natuurrampen, noodsituaties en dergelijke… Ook bij al deze ‘civiele’ gebeurtenissen is dit comité verantwoordelijk voor de ‘coördinatie’ van zeer gevoelige zaken zoals medische benodigdheden en patiëntentransport.
Wat werd er tijdens de vergadering besproken?
De bijeenkomst, die officieel bekendstaat als de 65e plenaire vergadering van de NAVO COMEDS, vond plaats in Skopje, Noord-Macedonië, van 1 tot en met 4 juni.
Uit de verklaringen van de hoge functionarissen die tijdens de bijeenkomst spraken, blijkt dat twee punten werden benadrukt.
De eerste daarvan is het versnellen van de behandeling van de gewonden en hun terugkeer naar het front.
In zijn openingswoord zei de Belgische generaal-majoor Luc Vanbockryck, directeur van de logistieke en hulpdivisie van de NAVO, dat medische ondersteuning moet worden beschouwd als “een cruciale capaciteit die gelijkwaardig is aan elk wapensysteem”.
De Noorse brigadegeneraal Petter Iversen, voorzitter van de commissie, beschreef eveneens “een nieuwe realiteit” en verklaarde:
“Militaire medische diensten zijn niet langer slechts een breed ondersteunend domein; ze worden een fundamenteel onderdeel, net als elk wapensysteem. We moeten het proces van het terugbrengen van soldaten naar het front versnellen. Dit is van strategisch belang.”
Met andere woorden, de NAVO beschouwt haar gewonde soldaten niet louter als patiënten, maar als middelen die zo snel mogelijk “gerepareerd” moeten worden. Deze houding is tevens een indicatie dat de NAVO rekening houdt met ernstige verliezen in geval van een mogelijke oorlog.
De werkzaamheden aan het NAVO-actieplan voor de gezondheidszorg (MAP), dat in januari 2025 van kracht werd, vormden ook een van de belangrijkste onderwerpen tijdens de bijeenkomst. Vanwege het besluit over ‘vertrouwelijkheid’ is de volledige tekst van dit actieplan nog niet openbaar gemaakt, maar we kunnen de belangrijkste trends in het plan afleiden uit bijeenkomsten van dit soort en uit de verklaringen van functionarissen.
En dat brengt ons bij het tweede belangrijke punt:
Integratie van de gezondheidszorg tussen burgers en militairen
Volgens officiële documenten beschrijft de NAVO het MAP expliciet vanuit een “overheidsbrede, maatschappijbrede” benadering. Met andere woorden, deze plannen omvatten niet alleen het militaire gezondheidszorgsysteem, maar ook de gezondheidszorgcapaciteit van de staat en de samenleving.
We leren ook hoe deze integratie er in de praktijk uitziet aan de hand van openbaar toegankelijke NAVO-documenten.
Tijdens de eerste gezamenlijke militaire-civiele gezondheidsbijeenkomst van de NAVO, die plaatsvond op 7 december 2023, waren de met COMEDS besproken kwesties opvallend:
Nationale gezondheidsautoriteiten; planning voor massale slachtoffers, leveringszekerheid van bloed en bloedproducten en medische tegenmaatregelen, evacuatie en transport van patiënten…
Het jaar daarop, tijdens besprekingen tussen COMEDS en de Joint Health Group van de NAVO, stond civiel-militaire samenwerking opnieuw centraal.
Het meest opvallende aspect van deze bijeenkomst was de conclusie van de NAVO dat “de civiele gezondheidszorgsystemen van de burgerautoriteiten langer moeten kunnen functioneren in een conflictsituatie”. Met andere woorden, de NAVO streeft er niet naar het militaire systeem op het gebied van gezondheidszorg uit te breiden; zij wil de civiele gezondheidszorgcapaciteit direct bestand maken tegen oorlogsomstandigheden.
De richtlijnen in de gezondheidshandleidingen van de alliantie wijzen precies naar de plek die wij onder de aandacht brengen:
Strategische voorraden, gedeelde toegangsregelingen in de civiele/militaire geneeskunde, gezamenlijke ziekte-/gezondheidsbewaking, communicatielijnen en meer…
Wat betekent dit allemaal?
De beste manier om de impact van al deze regelgeving en voorgestelde regelgeving op het publiek te begrijpen, is door middel van een schriftelijke simulatie.
Stel je, volledig gebaseerd op NAVO-documenten, voor dat de NAVO, onder leiding van de Verenigde Staten, samen met de lidstaten een hete oorlog is begonnen tegen een “grote vijand”, en dat ons land met zijn militaire macht ook bij deze oorlog betrokken is.
In een dergelijk scenario kan de impact op de medische sector als volgt worden samengevat:
Wanneer ons land betrokken raakt bij een totale oorlog van de NAVO, ontstaan de eerste problemen in de toeleveringsketen, het transport en de communicatie; al deze sectoren komen onder enorme druk te staan. Met andere woorden, de oorlog verplaatst zich razendsnel van het front naar de steden en de openbare diensten raken onmiddellijk verlamd.
Het verwachte beeld in Turkije bij een dergelijke oorlog zou, naast gewonden en doden, een beperking van de toegang tot gezondheidszorg, tekorten aan medicijnen en medische benodigdheden, psychisch trauma, migratie en interne ontheemding, prijsstijgingen, verstoringen in transport en communicatie, en de omleiding van overheidsmiddelen naar de oorlog omvatten.
De Turkse gezondheidszorginfrastructuur wordt in hoog tempo herontworpen, afgestemd op het tempo van de oorlog, niet op de behoeften van de bevolking. Stadsziekenhuizen, staatsziekenhuizen, militaire ziekenhuizen, universitaire ziekenhuizen en particuliere zorgketens leren wie ze moeten bedienen en hoe, niet op basis van het land, maar op basis van de alliantie en de wetten van de oorlog waarin het zich bevindt.
Vanaf dit punt is het niet langer louter een kwestie van medische capaciteit; het wordt rechtstreeks een kwestie van soevereiniteit. Want in oorlogstijd gaat het bij gezondheidszorg niet alleen om “het redden van de gewonden”, maar ook om de beslissing wie er behandeld wordt, welke gewonde als eerste wordt vervoerd, welke medicijnen aan wie worden gegeven en welk ziekenhuis volgens de militaire prioriteiten opereert.
COMEDS stelt bijvoorbeeld in zijn medische situatieanalyse, die in de eerste momenten van een oorlog in het centrum wordt opgesteld, vast in welke landen het gezondheidssysteem onder druk staat, in welke regio’s patiënten kunnen worden overgebracht en in welke gebieden civiel-militaire coördinatie nodig is.
Volgens het plan dat in het kader van het MAP wordt opgesteld, zullen sommige geallieerde landen de capaciteit voor geavanceerde chirurgie en intensive care op zich nemen, terwijl andere landen de rol van evacuatie, revalidatie, bloedproducten, medicijnlevering of logistiek knooppunt zullen vervullen. Maar wie zal deze rollen verdelen? Het antwoord staat wederom in NAVO-documenten: “leidende landen”, oftewel de belangrijkste landen…
De vraag die in de NAVO-documenten niet wordt beantwoord, is deze: op welke basis zal de taakverdeling plaatsvinden? Op basis van militaire macht? Op basis van politieke macht? Op basis van de positie van een land binnen het bondgenootschap? Of volgens de op de Atlantische Oceaan gerichte strategische reflexen die het bondgenootschap zijn ware karakter geven?
Laten we verdergaan met de NAVO-documenten… Als de militaire medische diensten op zichzelf ontoereikend zijn – wat naar verwachting het geval zal zijn – begint COMEDS een samenwerking met civiele gezondheidsautoriteiten. Deze samenwerking, die de NAVO uitlegt aan de hand van ogenschijnlijk ‘gezondheidsgerichte’ concepten zoals bevoorradingszekerheid en doorverwijzing en overplaatsing van patiënten, kent nog een angstaanjagende voorwaarde: het gebruik van nationale en regionale voorraden.
Met andere woorden, wanneer de NAVO dat nodig acht, kan zij bijvoorbeeld de bloedvoorraad van de civiele gezondheidszorg gebruiken voor militair personeel. Dit is feitelijk een wet die in elk land van toepassing is. Maar het gaat om veel meer dan alleen het recht van een staat om zijn eigen bloedvoorraad binnen de landsgrenzen te gebruiken ten behoeve van zijn eigen leger en zijn eigen oorlogsbelangen.
Kortom, laten we eens nadenken over de gezondheidszorg, die centraal staat in het menselijk leven…
Wanneer gezondheidszorg, die door functionarissen die haar even belangrijk achten als wapensystemen gemilitariseerd wordt, in oorlogstijd door het NAVO-lidmaatschap snel verandert van “lastendeling” in “middelendeling”, hoeveel daarvan zal dan wie bereiken?
En laten we ons een land voorstellen…
Een land dat niet tot de “hogere rangen” van het imperialistisch-kapitalistische systeem behoort, maar door regeringen koste wat kost binnen de alliantie wordt gehouden; met een uiterst fragiele economie; met een publieke sector, met name de gezondheidszorg, die al traag functioneert; maar met een grote militaire/burgerbevolking. Hoeveel jaar – nee, geen jaren, maar maanden – zou het in zo’n scenario stand kunnen houden, en welke van zijn “bondgenoten” zou de moed hebben om de last van de redding van zo’n wrak op zich te nemen?
