Deze vorm van onderdrukking werkt via onzichtbare algoritmes en digitale systemen.
Algoritmes Het digitale domein hervormen op manieren die bepalen wat het publiek bereikt en wat gemarginaliseerd raakt.
Tijdens de recente aanval op Gaza zagen duizenden activisten hoe hun berichten werden verwijderd of hun accounts werden geblokkeerd, simpelweg omdat ze de misdaden van de Israëlische bezetting documenteerden of hun solidariteit met het Palestijnse volk betuigden. Dit is verre van een geïsoleerd fenomeen.
In India vaardigde de overheid noodbevelen uit om tientallen accounts te blokkeren tijdens de boerenprotesten, terwijl mensenrechtenorganisaties de opschorting documenteerden van accounts van een groot aantal journalisten en activisten, enkel en alleen omdat ze kritiek uitten op het overheidsbeleid. Velen voelden zich machteloos en woedend, omdat hun stemmen opzettelijk naar de achtergrond leken te worden gedrukt. Deze gevallen illustreren duidelijk wat we tegenwoordig ‘zachte digitale repressie’ kunnen noemen.
Deze vorm van repressie manifesteert zich niet altijd als directe blokkering of openbare arrestatie. Ze werkt via onzichtbare algoritmes en digitale systemen, die de digitale ruimte hervormen op manieren die bepalen wat het publiek bereikt en wat gemarginaliseerd wordt. Met de snelle opkomst van kunstmatige intelligentie zijn deze mechanismen steeds complexer en verder reikend geworden. Dit roept een dringende vraag op: hoe werkt dit systeem en hoe kunnen we het bestrijden?
Digitale controle en vrijwillige zelfbewaking
Grote digitale bedrijven verzamelen systematisch enorme hoeveelheden data en gebruiken kunstmatige intelligentie om deze te analyseren en gebruikers te classificeren op basis van gedragspatronen, intellectuele oriëntaties en politieke voorkeuren. Door middel van zorgvuldig ontworpen algoritmes kan linkse, progressieve en mensenrechtencontent worden beperkt zonder dat directe verwijdering nodig is.
Vanuit het perspectief van de gebruiker lijkt de lage betrokkenheid voort te komen uit onverschilligheid van het publiek, terwijl het in werkelijkheid het gevolg kan zijn van algoritmische mechanismen die het bereik en de zichtbaarheid controleren.
Velen hebben dit aan den lijve ondervonden: een belangrijk bericht wordt geschreven en bereikt slechts een beperkt aantal volgers. Talrijke studies hebben het fenomeen van de filterbubbel onderzocht , waarbij gebruikers geleidelijk geïsoleerd raken in informatieomgevingen die hun reeds bestaande opvattingen versterken en hun blootstelling aan kritische of alternatieve inhoud beperken.
De Facebook-lekken van 2021 onthulden interne discussies over contentmanagement en de invloed van algoritmes op de publieke ruimte. Het Brookings Institution heeft gedocumenteerd hoe digitale platforms bijdragen aan het verdiepen van de politieke polarisatie en het versterken van ideologische dominantie.
Na verloop van tijd beginnen veel gebruikers aan wat je ‘vrijwillige zelfbewaking’ zou kunnen noemen, waarbij ze zichzelf beperkingen opleggen uit angst voor verboden of een afnemend bereik. Deze angst verandert de aard van het publieke debat en transformeert de digitale ruimte geleidelijk in een meer gecontroleerde omgeving, een omgeving die de belangen dient van de machthebbers die de digitale infrastructuur domineren.
Digitale frustratie
Door de constante stroom aan content dragen algoritmes bij aan een gevoel van hulpeloosheid en verlies van hoop op verandering, door herhaaldelijk de mislukkingen van progressieve experimenten te benadrukken en de bestaande kapitalistische orde als de enige haalbare optie te presenteren. Tegelijkertijd worden individualisme en persoonlijke succesoplossingen gepromoot als de voornaamste weg naar het aanpakken van maatschappelijke problemen, terwijl de consumptiecultuur en individuele prestaties worden gepresenteerd als het praktische alternatief voor collectieve actie en politieke organisatie.
Het resultaat is de isolatie van individuen, de verzwakking van collectieve banden en de transformatie van gedeelde maatschappelijke zorgen in persoonlijke verantwoordelijkheden.
Digitale arrestatie en digitale moord
Wanneer heimelijke surveillance of frustratie onvoldoende blijkt, grijpt het systeem naar explicietere vormen van digitale uitsluiting. Activisten en journalisten zien hun accounts plotseling opgeschort of geblokkeerd zonder voorafgaande waarschuwing. Deze maatregelen worden gerechtvaardigd met algemene bewoordingen zoals “schending van de communityrichtlijnen”, ook al betreft de betreffende inhoud in veel gevallen documentatie van mensenrechtenschendingen of oorlogsmisdaden.
In andere gevallen bereikt de situatie wat alleen maar omschreven kan worden als “digitale moord”: het volledig uitwissen van de digitale aanwezigheid van individuen of hele instellingen. Het gericht aanvallen van Palestijnse content is een van de meest omstreden voorbeelden. Mensenrechtenorganisaties en onderzoekers hebben talloze gevallen gedocumenteerd van het verwijderen van berichten en het beperken van accounts in verband met berichtgeving over schendingen, naast een opvallende inconsistentie in de toepassing van contentregels door verschillende partijen.
Wat kan er gedaan worden? Alternatieven voor linkse en progressieve krachten
Als subtiele digitale repressie tot doel heeft de mogelijkheden voor verzet, organisatie en vrije meningsuiting te beperken, dan begint de bestrijding ervan met een heroverweging van technologie zelf als een arena voor sociale en politieke strijd.
Dit vereist dat er wordt aangedrongen op meer transparantie en democratisch toezicht op grote digitale bedrijven, en dat er wetgeving wordt aangenomen die de privacy beschermt, politieke surveillance strafbaar stelt en openbaarmaking van algoritmische besluitvormingsmechanismen verplicht stelt.
Het antwoord kan niet beperkt blijven tot wetgeving alleen. Er is ook behoefte aan de opbouw van digitale linkse internationale samenwerkingsverbanden en grensoverschrijdende solidariteitsnetwerken die digitale schendingen aan de kaak stellen en rechten en vrijheden in de online ruimte verdedigen. Gebruikers en maatschappelijke organisaties kunnen ook druk uitoefenen op bedrijven die betrokken zijn bij de ontwikkeling of verkoop van surveillance-technologieën die worden gebruikt tegen activisten, journalisten en dissidenten.
Het is even belangrijk om vrije en open-source software te ondersteunen en alternatieve platforms te ontwikkelen die transparanter zijn en onder toezicht van de gemeenschap staan, zodat technologie wordt gebruikt om rechten te beschermen, schendingen aan het licht te brengen en de democratische participatie te versterken.
Linkse en progressieve organisaties zouden ook hun eigen digitale instrumenten moeten ontwikkelen, variërend van encryptie- en privacybeschermingstechnologieën tot bewustwordingscampagnes die de interne werking van algoritmen en hun politieke en maatschappelijke impact blootleggen.
Technologie tussen overheersing en bevrijding
Als de terugkerende ervaringen met beperkingen op Palestijnse content, samen met andere gevallen waarin linkse, progressieve en mensenrechtenactivisten in verschillende delen van de wereld het doelwit waren, een belangrijke dimensie van het probleem blootleggen, bevestigen ze ook dat alternatieven mogelijk zijn.
Het gaat er niet om kunstmatige intelligentie of digitale technologie af te wijzen . De vraag is wie de eigenaar is van deze technologie, hoe deze wordt beheerd en in wiens belang deze opereert. Door kunstmatige intelligentie om te vormen tot een instrument dat de samenleving dient en waarvan het gebruik onderworpen is aan democratisch toezicht, kunnen nieuwe mogelijkheden ontstaan voor participatie, organisatie en solidariteit.
Het internet is niet alleen een wereldwijde marktplaats voor reclame en data. Het is een sociale, politieke en culturele ruimte die kan bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe vormen van collectieve actie en strijd voor sociale rechtvaardigheid.
Om deze reden blijft de strijd om technologie onderdeel van de bredere strijd tegen overheersing en uitbuiting, en voor democratie, gelijkheid, vrijheid en een socialistisch alternatief. Het terugbrengen van de mens in het centrum van digitale besluitvorming blijft een fundamentele voorwaarde voor het bouwen van een toekomst waarin technologie de samenleving dient in plaats van de accumulatie van kapitaal.
Rezgar Akrawi is een linkse schrijver en onderzoeker die zich richt op technologie, AI, de digitale revolutie en de ontwikkeling van hedendaags links denken en handelen in reactie op deze transformaties. Hij werkt als expert op het gebied van systeemontwikkeling en e-governance en is een theoreticus van het concept ‘elektronisch links’.
