De Fifa beloofde “het meest inclusieve WK ooit”, de Trump-regering heeft andere prioriteiten
Een van de beste Afrikaanse WK-scheidsrechters werd deze week de toegang tot de Verenigde Staten ontzegd, omdat hij uit Somalië komt. Hoe dichter de aftrap nadert, hoe minder er lijkt over te blijven van het “meest inclusieve WK ooit” dat Fifa-voorzitter Gianni Infantino beloofde.
In zijn eindeloze tournee om het voetbal, de wereldvoetbalbond Fifa en zichzelf te promoten, was de Zwitserse Fifa-voorzitter Gianni Infantino in februari ook in Brussel. In Paleis 3 van de Heizel sprak hij op een congres van de voetbalbond Uefa over inclusie en samenhorigheid.
Infantino prees onder anderen de Belgische bondsvoorzitter Pascale Van Damme voor haar werk om meer vrouwen te laten doorstromen in leidende functies in het voetbal. En hij herhaalde voor een overwegend Europees publiek het belang van een Wereldbeker met 48 deelnemers, die meer landen uit het Globale Zuiden de kans geeft deel te nemen aan wat traditioneel gezien wordt als een exclusief Europees en Zuid-Amerikaans voetbalfeest.
De kritiek dat hij met de uitbreiding van het WK vooral commerciële en persoonlijke belangen nastreefde – Infantino wordt verkozen door individuele lidstaten die dankzij hem toegang krijgen tot de heilige WK-graal – countert de Fifa-voorzitter nu al drie jaar met het argument dat het WK 2026 “het meest inclusieve ooit” zal worden.
Onder Infantino’s leiding zette de Arabische wereld zich op de kaart (Qatar in 2022, Saudi-Arabië in 2034) en kreeg Afrika behalve het WK 2030 in Marokko (samen met Spanje en Portugal) in 2026 een record van tien deelnemers. Vier WK-gangers dit jaar zijn debutanten: Curaçao, Kaapverdië, Jordanië en Oezbekistan. Congo (na een debuut als Zaïre in 1974) en Irak (in 1986 nog tegen België) doen nog maar voor de tweede keer mee.
In de lange aanloop naar het WK liet Infantino geen moment voorbijgaan om dat inclusieve verhaal in de markt te zetten. Hij bracht de boodschap voor het eerst in Los Angeles in 2023, toen hij het logo en de slogan van de ‘World Cup 2026’ voorstelde: “Voetbal is voor allen”. En hij herhaalde de belofte van “meest inclusieve toernooi” tijdens de WK-loting in Washington in december, op een podium naast de Amerikaanse president Donald Trump, de Mexicaanse president Claudia Sheinbaum en de Canadese premier Mark Carney.
De Fifa probeert die belofte ook waar te maken met daden. Zo wordt handig gebruikgemaakt van de uitstekende stadioninfrastructuur in Noord-Amerika om een recordaantal plaatsen voor mensen met een beperking te reserveren. De Fifa richt ook voor het eerst prikkelarme ruimtes in, weliswaar op kosten van een sponsor die marktleider is in de technologie erachter en het WK als een wereldwijde vitrine ziet.
Landen met inreisverbod
Maar toen de VS in februari als eerste organiserend land ooit een WK-deelnemer aanvielen, en er vragen rezen over de deelname van Iran aan het WK, werd het Infantino moeilijker gemaakt zijn inclusieve verhaal overeind te houden. Hij maakte van zijn vriendschap met Donald Trump gebruik om de wedstrijden van Iran op Amerikaanse bodem te vrijwaren, al was het maar om schadeclaims te vermijden.
De president gaf Infantino zijn zin, al moest het oefenkamp van Iran wel verplaatst worden van Texas naar de Mexicaanse stad Tijuana. Deze week bleek dat de spelers en een beperkte delegatie alleen op de wedstrijddagen welkom zijn.
Terwijl Infantino lobbyde voor Iran, hielden de VS ook aan één principe vast, bevestigde een Fifa-bron die de materie volgt aan De Standaard: alleen de nationale overheden beslissen welke burgers toegang krijgen tot het grondgebied. Trump werd verkozen als president met de belofte strenger op te treden tegen (illegale) immigratie. Van de lijst landen met een inreisverbod voor de VS, wilde hij niet afwijken voor het WK.
Vier landen die zich hebben geplaatst voor de Wereldbeker staan op die lijst: Iran, Haïti, Senegal en Ivoorkust. Concreet betekent het dat supporters die in Teheran, Dakar of Abidjan wonen, niet de kans krijgen hun team aan te moedigen in de wedstrijden die in de VS worden gespeeld (Senegal en Ivoorkust spelen wel elk een match in Canada).
Maandag bleek ook dat een scheidsrechter uit Somalië de VS niet binnen mocht. Omar Abdulkadir Artan, in 2025 door de Afrikaanse voetbalbond uitgeroepen tot Scheidsrechter van het Jaar, reisde volgens een hoge Somalische ambtenaar met een geldig visum. Mogelijk wordt hij tegengehouden, omdat Somalië eveneens op de lijst van landen met een inreisverbod staat.
Anders dan voor de Iraanse spelers sprong de Fifa deze keer niet in de bres. In een persmededeling bevestigde de wereldvoetbalbond alleen maar dat Omar Abdulkadir Artan “niet zal kunnen trainen en dienen op het WK 2026”. “Fifa is niet betrokken bij de immigratieprocedures en de visumgeschillen van de gastlanden, en is door de autoriteiten ingelicht dat de status van de heer Artan momenteel niet zal wijzigen.”
De afwijzing van een van Afrika’s succesvolste scheidsrechters lokte niet alleen in Somalië, maar ook elders scherpe reacties uit. “Dit is een beslissing die Artan niet alleen persoonlijk schaadt, maar ook het streven naar gelijkheid, verdienste en de geest van fair play ondermijnt”, vatte de Somalische functionaris Ciise Aden Abshir in een reactie aan Reuters de teneur samen.
Staking uit angst voor ICE
Hoe dichter de aftrap van het WK nadert, hoe holler Infantino’s belofte van “het meest inclusieve WK ooit” klinkt. Ook uit landen die niet op de verboden lijst staan, komen steeds meer verhalen over burgers die de toegang tot de VS wordt ontzegd. De Iraakse voetbalfan Abdulla Adnan getuigde bij de BBC hoe hij na de kwalificatie van Irak voor het WK in maart tickets kocht voor de wedstrijden van zijn land tegen Noorwegen en Frankrijk, maar niet aan een visum geraakte omdat de VS hun consulaat in Irak hebben gesloten.
Adnan reisde daarop naar Jordanië, waar hij als Irakees niet geholpen werd. Hij had nog een mogelijkheid om een visum aan te vragen in Turkije, maar heeft intussen geen verlofdagen en geld meer over. De WK-tickets en de reis naar Jordanië kostten hem al 1.800 dollar (ongeveer 1.550 euro).
De onvoorspelbare immigratiepolitiek van de VS, de verre vliegreizen tussen de speelsteden en de hoge ticketprijzen maken het WK minder toegankelijk dan ooit voor buitenlandse fans. Maar ook binnenlandse fans twijfelen of ze een (peperduur) kaartje kopen. Zo heerst binnen de Haïtiaanse gemeenschap in de VS grote ongerustheid over de immigratiepolitie ICE.
Haïti speelt zondag zijn eerste wedstrijd tegen Schotland in Boston, waar een gemeenschap van 25.000 Haïtianen leeft. Die bevolkingsgroep geniet in de VS een beschermd statuut, maar de regering-Trump wil er van af en het Amerikaanse Hooggerechtshof moet er binnenkort een uitspraak over doen.
Verschillende Amerikaanse Haïtianen zeiden in The Boston Globe dat ze voor hun veiligheid vrezen als ze naar de wedstrijd gaan. Die vrees is gegrond nadat ICE-directeur Todd Lyons heeft gezegd dat ICE “een sleutelrol zal spelen in de algemene veiligheid op het WK”, zonder daarover in detail te treden.
Hoe inclusief het WK in de VS zal zijn, zal zichtbaar worden vanaf vrijdag. Dan spelen de VS en Paraguay de eerste wedstrijd op Amerikaanse bodem. Tenminste, als die wedstrijd kan plaatsvinden. Deze week stemmen de 1.200 barmannen, obers, koks en afwassers van het SoFi Stadium in Los Angeles over een staking op de matchdag. De reden? De meesten van hen zijn arbeidsmigranten en hebben evenveel angst voor ICE als de Haïtiaanse supporters aan de oostkust.
Als de bal in de VS rolt, zullen de camera’s pas echt vaststellen hoe inclusief het WK 2026 is. De kans is reëel dat het publiek Amerikaanser (en dorstiger) kan zijn dan ooit.
