Wanneer het WK 2026 naar Noord-Amerika komt, dragen de sterkste teams uit de regio meer dan alleen voetbalambities met zich mee: ze dragen nationale verhalen over macht, identiteit, migratie, kwetsbaarheid en veerkracht. Latijns-Amerika en het Caribisch gebied zullen het toernooi gebruiken om zichtbaarheid, eenheid en verzet op een wereldwijd podium uit te stralen. Hoewel het uitgebreide format de kwaliteit wellicht enigszins aantast, versterkt het wel het emotionele en politieke gewicht van elke wedstrijd.
WK – Ik heb Paraguay zien spelen in het Estadio Defensores del Chaco in Asunción. Het is niet het grootste stadion van Zuid-Amerika. Het is ook niet het meest glamoureuze. Maar op een wedstrijdavond voelt het alsof het hele land met één stem spreekt.
Dat is wat voetbal in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied zo bijzonder maakt. Het is nooit zomaar sport. Het is politiek zonder toespraken. Het is diplomatie zonder communiqué’s . Het is nationale identiteit in de schijnwerpers.
Ik heb ook in nationale stadions gestaan in Guyana, Barbados, Guatemala, Nicaragua en Bolivia. Geen van die landen zal deelnemen aan het WK 2026. Hun afwezigheid is ook onderdeel van het verhaal. Voetbal weerspiegelt natuurlijk talent. Maar het weerspiegelt ook instellingen, investeringen, migratie, coaching, de competentie van de bond en het vermogen van de staat om ambities op de lange termijn te organiseren.
Het WK 2026 zal dat bijzonder duidelijk maken. Voor het eerst zullen 48 teams uit Canada, Mexico en de VS aan het toernooi deelnemen. FIFA omschrijft het als de grootste editie van het toernooi tot nu toe, met 104 wedstrijden in 16 gaststeden. Mexico opent het toernooi op 11 juni tegen Zuid-Afrika in het stadion van Mexico-Stad.
Geografie speelt een belangrijke rol. Dit wordt een Noord-Amerikaans WK. Maar Latijns-Amerika zou wel eens een groot deel van de emotie kunnen leveren. Argentinië komt als titelverdediger. Brazilië arriveert met zijn mystiek intact, maar de zekerheid is afgenomen. Colombia, Uruguay en Ecuador lijken sterk genoeg om iedereen te verslaan. Mexico draagt de last van het gastland. Paraguay keert terug met zijn vertrouwde mix van discipline en strijdlust. Panama, Haïti en Curaçao brengen verhalen mee die veel verder reiken dan het voetbalveld.
kanshebbers uit Latijns-Amerika
Argentinië blijft het sterkste team in de regio. Dit is niet alleen omdat voetballer Lionel Messi in 2022 de trofee in Qatar omhoog hield, maar ook omdat Argentinië na die overwinning een constante topprestatie heeft neergezet. In de Zuid-Amerikaanse kwalificatie eindigde Argentinië als eerste , vóór Ecuador, Colombia, Uruguay, Brazilië en Paraguay.
Dat is belangrijk op een WK. Talent wint momenten; identiteit wint toernooien. Argentinië heeft beide. Het heeft ervaring, zelfvertrouwen, een duidelijke tactische visie en de uitstraling die hoort bij het doorstaan van de druk van een WK-finale. De vraag is niet of Argentinië opnieuw kan winnen. De vraag is of een team dat is opgebouwd rond een van de meest invloedrijke generaties in het voetbal, nog één keer kan presteren.
Brazilië is anders. Het heeft misschien nog steeds het grootste potentieel in de regio. Maar het land gaat het toernooi in met meer onzekerheid dan de gebruikelijke mythevorming toelaat. Brazilië eindigde slechts als vijfde in de Zuid-Amerikaanse kwalificatie, achter Argentinië, Ecuador, Colombia en Uruguay. Dat maakt Brazilië niet zwak. Het maakt Brazilië juist interessant.
Het verhaal van Brazilië draait nu om herstel. De Italiaanse bondscoach Carlo Ancelotti geeft het team gezag, rust en Europees prestige. Maar de kwestie rond Neymar illustreert de grotere spanning. Neymar da Silva Santos Júnior is nog steeds de topscorer aller tijden van Brazilië, maar blessures en vorm hebben zijn selectie tot een nationaal debat gemaakt. Ancelotti vertelde Reuters dat elke beslissing over Neymar gebaseerd zou zijn op fitheid en de behoeften van het team, niet op sentiment.
Dat is in het klein het dilemma van Brazilië. Het land heeft een schat aan voetbalherinneringen. Maar het heeft ook een modern team nodig. De oude opvatting is dat Brazilië moet vermaken. Het moderne voetbal zegt dat Brazilië moet pressen, rennen, terugverdedigen en afzien. De uitdaging voor Ancelotti is niet alleen het selecteren van spelers. Hij moet bepalen wat Brazilië nu betekent.
Colombia zou wel eens de beste outsider uit de regio kunnen zijn. Het land eindigde als derde in de Zuid-Amerikaanse kwalificatie, vóór Uruguay en Brazilië. Colombia beschikt over voldoende aanvallende kwaliteiten om topteams angst in te boezemen, maar het grootste voordeel is wellicht psychologisch van aard. Het nationale team is vaak een zeldzaam symbool van eenheid geweest in een land dat gekenmerkt wordt door politieke verdeeldheid, regionale ongelijkheid en een lang verleden vol conflicten.
Een goede prestatie van Colombia zou die spanningen niet wegnemen. Voetbal doet dat nooit. Maar het kan een verdeeld land wel even verenigen rond een gemeenschappelijk verhaal. Dat is een van de redenen waarom Colombia belangrijk is in dit toernooi. Het land probeert niet alleen door te gaan. Het wil laten zien dat zijn moderne imago groter is dan de oude stereotypen.
Uruguay biedt een ander soort politieke les. Het is klein, maar het denkt groots. Weinig landen hebben in het wereldvoetbal meer bereikt met minder middelen. De voetbalidentiteit van Uruguay is gebouwd op veerkracht, tactische volwassenheid en collectieve trots. In een toernooi met 48 teams, waar het grotere deelnemersveld mogelijk voor meer onevenwichtige groepswedstrijden zorgt, zal de waarde van Uruguay toenemen naarmate het toernooi zwaarder wordt. Het land is gemaakt voor knock-outwedstrijden.
Ecuador is misschien wel het meest onderschatte land aan de Zuid-Amerikaanse kant. Hun kwalificatiecampagne was vooral om één reden opmerkelijk: consistentie. Ecuador eindigde als tweede in de kwalificatie van de Zuid-Amerikaanse voetbalbond (CONMEBOL), achter alleen Argentinië. Dat getuigt van organisatievermogen, atletisch vermogen, discipline en een generatie die kwalificatie niet langer als het einddoel ziet.
Ecuador vertegenwoordigt ook een bredere trend. Het Zuid-Amerikaanse voetbal wordt niet langer alleen gedomineerd door Argentinië, Brazilië en Uruguay. Het middenveld van het continentale voetbal is sterker geworden. Colombia, Ecuador en Paraguay kunnen nu elk team het leven zuur maken. Dat zegt iets over talentontwikkeling, coaching, migratie en de wereldwijde voetbalmarkt. Europese clubs scouten Zuid-Amerika vroeger en agressiever dan ooit. Jonge spelers verlaten eerder hun thuisland. Nationale teams worden zo ontmoetingsplaatsen voor geglobaliseerd talent.
Mexico staat voor een andere uitdaging. Het is niet het sterkste Latijns-Amerikaanse team, maar wellicht wel het meest kwetsbare. Als gastland opent Mexico het toernooi in Mexico-Stad tegen Zuid-Afrika. Dat is te doen, maar tegelijkertijd ook gevaarlijk. Van gastlanden wordt verwacht dat ze doorgaan naar de volgende ronde. De Mexicaanse fans zullen meer eisen dan alleen competentie.
Voor Mexico draait het WK om het nationale imago. Het is een kans om de cultuur, infrastructuur, trots en regionale leiderschapskwaliteiten te tonen. Maar het vindt ook plaats op een moment dat migratie, veiligheid en de relatie met de VS nog steeds bepalen hoe er in het buitenland over Mexico wordt gesproken. Een sterke prestatie van Mexico zou die problemen niet oplossen. Maar het zou wel zelfvertrouwen uitstralen. Een zwakke prestatie zou de frustratie over een voetbalsysteem dat vaak meer belooft dan het waarmaakt, alleen maar vergroten.
Dan is er nog Paraguay. Het is misschien geen favoriet, maar het hoort wel thuis in dit verhaal. Paraguay kwalificeerde zich via de zware Zuid-Amerikaanse competitie en kwam in groep D terecht met de VS, Turkije en Australië. De openingswedstrijd tegen de VS brengt het land direct voor een gastlandpubliek.
De voetbalcultuur van Paraguay sluit al lange tijd aan bij het nationale zelfbeeld: veerkrachtig, fysiek, trots en moeilijk te breken. Het land weet neutrale toeschouwers meestal niet te charmeren; het frustreert ze eerder. En dat is precies de bedoeling. Paraguay heeft zelden de wereldwijde soft power van Brazilië, Argentinië of Mexico gehad. Maar op het voetbalveld kan het grotere landen dwingen om op gelijke voet met hen te onderhandelen.
Defensores del Chaco is niet zomaar een stadion. De naam verwijst naar de Chaco-oorlog, het conflict tegen Bolivia dat mede de basis vormde voor het moderne Paraguayaanse nationalisme. Voetbal in Paraguay draagt die herinnering aan doorzettingsvermogen met zich mee. Wanneer Paraguay speelt, speelt het vaak alsof overleven op zich al een speelstijl is.
Paraguay heeft ook iets wat bijna geen enkel ander team in het toernooi heeft: een inheemse taal die zowel nationale identiteit als, soms, tactisch voordeel biedt. Paraguayaanse spelers gebruiken al lange tijd Guaraní op het veld, soms op manieren die tegenstanders niet gemakkelijk begrijpen. Tijdens het WK van 2010 meldde The National dat de Paraguayaanse spelers Guaraní op het veld gebruikten, wat de communicatie tijdens het spel kon maskeren. Dat detail is belangrijk, want Guaraní is geen folklore in Paraguay. Het is een levende nationale taal. De Paraguayaanse grondwet van 1992 erkende zowel Spaans als Guaraní als officiële talen. Guaraní blijft centraal staan in de Paraguayaanse identiteit en het dagelijks leven.
In het grootste deel van Latijns-Amerika werden inheemse talen door koloniaal bestuur, klassenhiërarchie en stedelijke modernisering naar de achtergrond gedrukt. Paraguay is anders. Guaraní is geen museumstuk; het wordt gesproken in huizen, op markten, in de politiek, in de muziek en bij voetbalwedstrijden. Op een WK-veld wordt het iets nog zeldzamers: een nationale taal, die in het openbaar wordt gesproken, maar toch onopgemerkt aanwezig is.
De meest aangrijpende verhalen komen echter wellicht uit het Caribisch gebied.
Opmerkelijke WK-verhalen uit het Caribisch gebied
De kwalificatie van Haïti is buitengewoon. Reuters meldde dat Haïti zijn thuiswedstrijden in Curaçao moest spelen vanwege de instabiliteit en het geweld in Haïti. De bondscoach van Haïti, Sébastien Migné, had het land niet kunnen bezoeken vanwege veiligheidsrisico’s. Desondanks eindigde het land als eerste in zijn kwalificatiegroep en plaatste zich voor het WK.
Dat is staatsfragiliteit in voetbalvorm. Haïti zal niet met de middelen van Argentinië of Brazilië arriveren; het zal arriveren als een nationaal team dat een land vertegenwoordigt waarvan de burgers geweld, honger, ontheemding en institutioneel verval hebben doorstaan. In die context is kwalificatie meer dan sportief succes. Het is een vorm van zichtbaarheid. Het laat de wereld zien dat Haïti niet alleen een crisis is; het is ook een volk, een vlag, een lied en een team.
Curaçao biedt een ander, maar even boeiend verhaal. In hetzelfde artikel meldde Reuters dat Curaçao het kleinste land ooit was dat zich voor een WK had gekwalificeerd, waarmee het het vorige record van IJsland verbrak. Het artikel merkte ook op dat de selectie van Curaçao volledig bestond uit in Nederland geboren spelers met Antilliaanse roots.
Dat is het moderne Caribische gebied in één teamopstelling. Het succes van Curaçao draait om de diaspora, de koloniale geschiedenis, de dubbele identiteit en het vermogen van voetbal om verspreide gemeenschappen tot een nationaal project te maken. Het roept een vraag op die in de hele regio speelt: wat betekent nationale vertegenwoordiging als zoveel burgers, afstammelingen en culturele gemeenschappen elders wonen?
Panama verdient ook aandacht. Het land kwalificeerde zich door El Salvador met 3-0 te verslaan en als groepswinnaar te eindigen. Nu staat het voor een zware opgave in Groep L met Engeland, Kroatië en Ghana. Dat is een brute loting. Maar de aanwezigheid van Panama bevestigt de opkomst van het Midden-Amerikaanse voetbal, voorbij de oude aanname dat de WK-kansen van de regio afhangen van Mexico, Costa Rica of de rivalen van de VS binnen de Confederation of North, Central America and Caribbean Association Football (CONCACAF).
Meer dan een toernooi
Het uitgebreide WK is bekritiseerd omdat het de kwaliteit zou hebben verminderd. Daar zit wel een kern van waarheid in. Meer teams betekent meer ongelijke wedstrijden, maar ook meer verhalen. Voor Latijns-Amerika en het Caribisch gebied heeft de uitbreiding ruimte gecreëerd voor landen waarvan de voetbalidentiteit al bestond lang voordat die wereldwijd bekend werd.
Die zichtbaarheid is belangrijk. Internationale sport biedt staten een podium dat ze anders niet hebben. Een land dat in diplomatieke fora wordt genegeerd, kan gedurende 90 minuten onmisbaar worden; een kwetsbare staat kan veerkracht tonen; een klein eiland kan de underdog van de wereld worden; een land dat in het buitenland bekendstaat om crises, kan de wereld eraan herinneren dat zijn inwoners meer zijn dan alleen hun lijden.
Daarom is het WK 2026 zo belangrijk voor Amerika. Argentinië en Brazilië zullen strijden om de trofee. Colombia, Uruguay en Ecuador zullen proberen de gevestigde orde te doorbreken. Mexico zal thuis de verwachtingen waarmaken. Paraguay zal zich verzetten en wellicht een paar instructies in het Guaraní geven die de tegenstanders niet zullen begrijpen. Haïti, Curaçao en Panama zullen de trots dragen van landen die te vaak worden onderschat.
Het WK zal de problemen van Latijns-Amerika niet oplossen. Het zal geen einde maken aan het geweld, de instellingen niet herstellen, de migratie niet oplossen en de polarisatie niet genezen. Maar het zal wel iets belangrijks aan het licht brengen. In de hele regio blijft voetbal een van de weinige publieke talen die mensen nog steeds verbindt.
Op de avond van een wedstrijd kan een land nog met één stem spreken. In 2026 zal de hele wereld luisteren.
